Wat u moet weten over de export van beschermde flora en fauna (CITES)
Je staat op het punt om je roots te ontdekken in Indonesië. De reis is geboekt, de emoties hoog.
Je hebt een prachtige houten kris (traditioneel mes) gevonden op de pasar in Yogyakarta of een bijzondere orchidee gezien op Bali.
Het idee: meenemen als souvenir. Maar voordat je je koffer vult, is er één cruciaal ding dat je moet weten: CITES. Dit is de internationale wet die beschermt wat kwetsbaar is. En geloof me, je wilt niet betrapt worden met iets dat niet mag.
Wat is CITES eigenlijk?
Stel je voor: een wereldwijde afspraak om dieren en planten te redden van uitsterven. Dat is CITES in een notendop.
Het staat voor het Washingtonse Verdrag inzake de internationale handel in bedreigde wilde dier- en plantensoorten.
In het Engels: Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora. Een mond vol, maar het doel is simpel: controle. Het werkt als een paspoortsysteem voor de natuur.
Sommige soorten mogen wel verhandeld worden, andere totaal niet. En voor die eerste groep heb je een speciale vergunning nodig.
Zonder dat papiertje blijft de orchidee of de schildpad hier. Thuis krijg je een boete die je reisbudget voor de komende jaren opslokt, of erger. Deze regels zijn er niet om je leven zuur te maken. Ze zijn er omdat de handel in wilde dieren en planten een enorme bedreiging is.
Stropers en illegale kwekerijen verdienen grof geld aan zeldzaamheid. CITES zorgt dat de handel gecontroleerd en legaal verloopt, of gewoon stopt.
Zo blijft er wat over voor je (klein)kinderen.
De drie bijlagen: Wat mag wel en wat niet?
Cites is opgedeeld in drie lijsten, de zogenaamde bijlagen. Dit is je leidraad.
Voordat je iets koopt, moet je weten in welke categorie het valt. Ga er nooit vanuit dat een verkoper je de waarheid vertelt. Zij willen verkopen. Jij wilt geen problemen.
Bijlage I: Dit is de absolute no-go zone. Deze soorten zijn met uitsterven bedreigd.
Denk aan de Sumatraanse tijger, de orang-oetan of bepaalde krokodillen. Van handel is absoluut geen sprake. Als je iets ziet van een dier uit Bijlage I, loop er met een grote boog omheen.
Koop het niet, zelfs niet als 'nep'. Het lijkt te veel op het echte werk.
Bijlage II: Dit is de categorie waar je vaak tegenaan loopt op reis.
Hier zitten soorten die wel verhandeld mogen worden, maar onder strenge voorwaarden. Denk aan houtsoorten als teak of merbau, bepaalde schildpadden, slangenleder of orchideeën. Je mag het kopen, maar je hebt een exportvergunning nodig (CITES-permit) van het land van herkomst. En vaak ook nog een importvergunning van je eigen land.
Bijlage III: Dit zijn soorten die beschermd worden in een specifiek land, en waar dat land hulp vraagt bij de handelscontrole. Dit kom je minder vaak tegen, maar let op: ook hiervoor heb je een vergunning nodig die aantoont dat het legaal is verkregen. De basisregel is simpel: als het van dier of plant is gemaakt en zeldzaam lijkt, is het waarschijnlijk gereguleerd.
De praktijk: Van Bali naar Nederland
Hoe werkt dit nu in de praktijk van je reis? Stel, je vindt een prachtig handgesneden beeldje van sandelhout (Bijlage II) op een markt in Java.
De verkoper zegt: "No problem, meneer. I take care of paper." Geloof dit niet zomaar. Een echte vergunning aanvragen duurt weken, kost veel geld en vereist inspectie door de autoriteiten.
Veel toeristen worden hier de dupe van. Ze kopen iets, denken een 'officieel certificaat' te krijgen, maar dat blijkt een vals papiertje te zijn.
Bij de douane op Schiphol ben je dan de sjaak. De boetes voor het illegaal invoeren van beschermde soorten kunnen oplopen tot €20.500 per overtreding. Daarnaast kan je een celstraf krijgen en wordt het product in beslag genomen.
Wat zijn realistische kosten voor een legale export? Als het al mogelijk is, ben je al snel €50 tot €150 kwijt aan administratiekosten en leges voor de vergunningen, exclusief de kosten voor de inspectie van je item.
En dan moet het ook nog eens goedgekeurd worden. Voor een simpele vakantiesouvenir is dat onmogelijk.
Een specifieke valkuil zijn de 'antieke' voorwerpen. Een oude kris met een schede van slangenleder en een handvat van ivoor? Als het echt oud is (vóór 1947), valt het misschien onder een uitzondering. Maar je moet het kunnen bewijzen. Zonder duidelijk herkomstbewijs wordt het gezien als illegale handel. Beter van niet.
Alternatieven: Hoe breng je de sfeer wel thuis?
Gelukkig hoef je je reiservaring niet op te geven. Je wilt iets tastbaars, maar pas op dat je niet te veel souvenirs koopt op de eerste dag van je rootsreis.
Er is genoeg te koop wat wél mag en minstens zo mooi is. Denk aan textiel. Een prachtige Batik van Java of een traditioneel Ikat-weefsel van Sumatra. Dat mag altijd. Het is handwerk, cultuur, en geen bedreigde natuur. Kijk ook naar materiaal dat van snelle groei komt.
Bamboe is een geweldig materiaal voor kommen, manden of zonnebrillen. Het groeit als onkruid en is supersterk.
Of kies voor rotan. Die stoelen uit de jaren zestig van de vorige eeuw waren vaak van rotan.
Het is een duurzaam product uit de jungle dat wel geoogst mag worden. Wat dacht je van lokale koffie, thee of geurige extracten van de Indonesische flora? De koffie uit de hooglanden van Java of de thee uit de vlaktes van Sumatra zijn fantastische cadeaus.
Ze kosten tussen de €5 en €15 per pak. Je steunt de lokale economie en je hebt een heerlijke herinnering die op is.
Veel beter dan een stuk hout dat in de kast verdwijnt. Hou het bij de levende natuur. Geniet van de orchideeën in de botanische tuin van Bogor.
Maak foto's van de neushoornvogel in het regenwoud. Koop een poster of een boek over de flora en fauna.
Dat mag allemaal zonder problemen. De mooiste souvenirs zijn de herinneringen in je hoofd en de foto's op je scherm.
Checklist voor je koffer: Doe dit voordat je koopt
Voordat je je geld op tafel legt, stel jezelf drie vragen. Is het gemaakt van dier of plant?
Zo ja, welke soort? En, is er een vergunning? Als je geen antwoord weet, koop het niet. De verkoper weet het waarschijnlijk ook niet, of liegt.
Vertrouw op je eigen twijfel. Hier is een simpele samenvatting om te onthouden:
- Twijfel je? Koop het niet. Liever geen souvenir dan een boete.
- Is het van ivoor, schildpad, slangenleder of zeldzaam hout? Laat het liggen. Dit is Bijlage I of II.
- Krijg je een 'certificaat'? Controleer of het een officieel document is met een stempel van de Indonesische douane. Een simpel briefje van de verkoper waardeloos.
- Wil je iets meenemen? Kies voor textiel, bamboe, rotan, koffie of thee.
Als je twijfelt over een specifiek item, kun je altijd contact opnemen met de Nederlandse Douane.
Zij kunnen je vertellen of je het mag invoeren. Een snelle online zoekactie op de site van de Douane helpt ook. Zo kom je niet voor verrassingen te staan op Schiphol.
Je reis naar je roots is een emotionele achtbaan. Je wilt genieten, herinneringen maken en een tastbare herinnering aan je familiegeschiedenis mee naar huis nemen.
Door je bewust te zijn van CITES, bescherm je niet alleen de prachtige natuur van Indonesië, maar bescherm je ook jezelf tegen een hoop ellende. Reizen met een goed gevoel is het allerbelangrijkste. Veilige reis!